Feeds:
Berichten
Reacties

Dag 5: Kakadu National park (2)

Op onze laatste dag stond de aboriginal rock-art op het programme. Onze eerste stop: Nourlangie park. Ik was meteen verbaasd over hoe goed deze tekeningen bewaard waren, ook al bevonden ze zich onder de inham van een rots, maar het is niet vanzelfsprekend dat ze al die eeuwen weerstand kunnen bieden aan doorsijpelend vocht en schimmel (tijdens wet season).Na een verdere wandeling tussen de rotsen konden we vanop Gunwarddewardhe lookoput over het Kakadu park tot aan Arnhem land escarpment kijken!

Terug beneden reden we dan heel kort tot aan de Ganbangbang (of iets in die stijl) billabong om heel even te genieten van de natuur:eendjes, jabiru (pracht van een vogel!), malaluka (paperbark tree) vooraleer gids Michael ons weer voortjoeg.

Een volgende halte was het Mugabi visitor centre, waar we 40 min konden rondkijken in de exhibition en een muffin konden verorberen. Het summum van de dag was de volgende art-site: Ubirr. Deze bekende site herbergt verschillende rotswanden met fresco’s van enkele duizenden jaren oud. In prachig zwart, geel en rood kon je verschillende herkenbare vormen ontwaren: vissen, wallabies en andere eetbare dingen (de hoofdgallerij ging duidelijk over de jacht). Een andere gallerij toonde morele verhalen, die zowat als wet gelden voor de aboriginals. Op de top van Ubirr hadden we een (totaal onverwacht) PRACHTIG zicht over de weidse floodplains en talrijke bushfires aan de horizon.

Bij terugkomst beneden was er een snelle lunch en een laatste stop was Cahills Crossing. Deze baan was op dat ogenblik overstroomd door toedoen van de getijdenrivier en we konden van wat spektakel: een 5tal 4WD waagden de oversteek, net zoals enkele saltwater krooks. Deze laatsten waren trouwens op lunch aan het vissen (wat op zich ook al spectaculair ge-hap opleverde).

Na een groepsfoto aan de poort van Kakadu moesten we een laatste blik op het park werpen vooraleer we met pijn in het hart helemaal terug naar Darwin reden (met af en toe een bushfire langs ons heen).

Na een laatste nacht in de Springvale Homestead waren we klaar om Kakadu te verkennen! Kakadu is UNESCO werelderfgoed wegens zijn uitzonderlijke natuurpracht en Aboriginalkunst. Dit beloofde dus het hoogtepunt van de vijfdaagse te worden! 

Voor we naar Kakadu reden was er nog een korte stop in Pine Creek, een oud mijnstadje, enkel om snel onze morning tee op te slurpen en een muffin te eten.

We reden Kakadu binnen via het zuiden, om voor het eerst te stoppen bij de Gunlom outlook / waterholes. Om aan de outlook te geraken moest er wel eerst een 20 minuten geklommen worden; geen probleem, we waren allemaal blij dat we onze benen eens konden strekken. Boven werden we beloond met een prachtig uitzicht over Kakadu, little did we know dat het beste van Gunlom nog moest komen. Want na nog eens 5 minuten wandelen kwamen we aan de waterholes: 4 prachtige poelen op een absoluut stunning locatie. Tijd om te zwemmen dus!

Na een uurtje pret was het lunchtijd, snel stonden we weer beneden om daar onze lunchbox met kip in ontvangst te nemen. Ook werd er wat gebabbeld met onze (nieuwe) mede-groepsleden: een vrolijke bunch Australiers, gemixt met een paar Fransen en een Italiaans koppel op huwelijksreis.

Veel tijd hadden we echter niet want er stond een cruise klaar als dessert. Het werd stillaan tijd dat we onze eerste zoutwaterkrokodillen te zien kregen! Gezwind gingen we dus naar Cooinda, waar we op de Yellow Waters zouden varen. Natuurlijk zitten er meer dan enkel kroks, onze gids wist ook veel te vertellen over de verschillende vogels, eenden,… Op de terugweg ging de zon ook nog eens onder, een ongeloofelijke afsluiter van een toch al prachtige dag.

Die avond verbleven we in een Outdoor kamp, om daar te geraken moesten we wel eerst 4 km rijden over een niet verlichte dirt road. Spannend! Aangekomen bleek het allemaal wel mee te vallen (buiten dan een paar spinnenwebben), permante tentjes op palen deden ons helemaal “outdoor camper” voelen. Als afsluiter van de avond was er een BBQ, heel gezellig en lekker allemaal! Dag vier zat er dan helemaal op, morgen beloofde minstens even mooi te worden…

Dag 3: Manyallaluk

Als extraatje in ons itinerary hebben we vandaag een mooie dag doorgebracht bij de lokale aboriginal community. We opteerden voor deze uitbreiding van onze tour omdat we deze mensen echt eens in hun eigen omgeving wilden zien en voor een keer niet in de stad, aan de rand van de maatschappij. Op weg ernaartoe wees de gids ons op een grote zwarte steen in de vorm van een kikker, zo’n 100m van de weg af. Deze is van extreme waarde voor de Manyallaluk aborigines, daar hun totem een kikker is. 

Bij aankomst werden we (na het doorgeven van bevroren kangoeroe-staart?!) getrakteerd op een kop Billie thee. Letterlijk, want de kop mogen we houden als souvenir. Deze thee werd geschept uit een grote pot met een kruidenmengsel dat op het vuur stond te pruttelen. Daarna maakten we met gids Johnny een bush wandeling waarbij verschillende planten en bomen aanwees en ons vertelde wat hun afzonderlijk gebruik was (of althans dat probeerde hij). Na opnieuw nog eens een tiental van de green ants te hebben binnengewerkt (jawel volledig, niet enkel de citrus… zo gaat dat in de bush he) zat onze bush-walkabout erop.

Hierna konden we 2 dames hun skills van het basket-weaven beoordelen. We zouden ook zelf de kans hebben gekregen om enkele steken te proberen, ware het niet dat een UK-meisjesschool op de 1e rij ons telkens opnieuw vriendelijk oversloeg.

Bij de volgende activiteit, daarentegen, kreeg iedereen een kans. Iedereen kreeg een houten plankje en een paintbrush (oftewel versnipperd stuk tak). Er stonden enkele grote, platte stenen waarop je steenkool (voor zwart), yellow ochre (voor geel) of red ochre moest mengen met water door ze over de steen te schuren. Net wanneer iedereen z’n hand vol red ochre had voor een grondlaag aan te brengen was het lunch-tijd… Perfect timing :D .

Tijdens de lunch kregen we de keuze tussen steak, worst of… kangoeroe-staart. Ik ging dan maar voor alledrie, in de hoop dat iets in de smaak zou vallen. Na dapper proeven bleek dat niet de kangoeroe-staart, vooral bestaande uit vet, spier en pees, te zijn.  

Na het eten konden we ons een tijdje amuseren met ons eigen mini-meesterwerk. Wanneer dat uiteindelijk klaar was, ging de survival initiatie verder met een fire-lighting voorstelling door gidsen John en Nathan. Zelf lukte het ons niet, blijven oefenen misschien?

De volgende stap in onze ‘opleiding’ was spear-throwing… Dat ging al een beetje vlotter dan het vuurtje-stook.

Na een kijkje in hun kleine art gallery werden we weer in de homestead afgezet door gids Paula, terwijl ze nog meer uitleg gaf over de problematiek met de aborigines in de steden en hoe deze aan te pakken.

Al bij al was het een superfijne dag, we hebben ons goed geamuseerd… Maar misschien hadden we toch wat anders verwacht. We hadden het gevoel dat alles toch wel vooral op ‘de toerist’ gericht was en dus net iets commercieler dan gehoopt.

Na een verkwikkende nacht stonden we al vroeg paraat om naar “Aboriginal land” te gaan, maar toen we nog maar een minuut of 5 buiten waren kwam de manager zeggen dat de plannen zouden worden; vandaag gingen we toch nog een dagje mee met de groep van gisteren om dan morgen pas naar de Aborigines te gaan. Geen probleem voor ons, want ook voor deze dag stonden weer schitterende dingen gepland.

We begonnen met een bezoekje aan het Elsey National Park om te gaan zwemmen in de Mataranka Thermal Pool. Van deze waterbron wordt gezegd dat ze een therapeutische werking heeft, en inderdaad, na het zwemmen voelden we ons al heel wat meer wakker. Op de terugweg naar het busje werd er ook duchtig aan vogelspotting gedaan, onder andere de kingfisher liet zich in volle ornaat bewonderen.

Next stop was de Territory Manor (waar we later die dag ook zouden luchen) om daar te kijken naar de Barramundi fish feeding show (Barramundi is een heel gekende vis… in Australie dan toch). We kregen wat uitleg over het doen en laten van de Barramudi, terwijl ze ondertussen gevoederd werden met kleine visjes; het hoogtepunt van de show bestond uit de meneer die de barramundi uit het water viste (wat vooral auw was voor dat beestje).

In Australie is “We of the never never” een heel gekend boek en dus was de volgende stop een bezoek aan de replica van het huis waarin het hoofdpersonage van dat boek zou geleefd hebben (dit was vooral voor de vele Australiers op de tour een waw-moment).

Op het einde van de dag was het tijd voor nog een laatste verrasing: een twee uur durende cruise op de Katherine Gorge in Nitmiluk National Park. Op de cruise kregen we zoetwaterkroks, Aboriginal Art, prachtige stranden, stijle klifwanden en meer van dat fraais te zien (dat allemaal ook nog eens met een praatje van de gids erbij).

Moe maar voldaan ging het dan weer richting de Springvale Homestead, waar we ons dan ook nog even bezighielden met kangoeroes voederen en meemaakten dat Australie zijn trilijoenste gouden medialle binnenhaalde. Yipie!

5-daagse tour dag 1: Litchfield

De langverwachte update over onze vijfdaagse tour doorheen het top end begint (logischerwijs) bij dag 1; litchfield national park. Onze eerste stop was er eentje om kennis te maken met enkele ijverige bouwvakkes; de termieten. De cathedral termite mounds waren meters hoog en torenden boven ons hoofd uit en als je denkt dat dat al veel is, moet je maar eens bedebjeb dat 1/3  nog onder de grond zit. Deze beestjes zelf leven ook ondergronds en graven zich zo naar plaatsjes met voldoende gras.

Terwijl we naar het zogenaamde cemetary wandelden kwamen we langs een boom met uit de kluiten gewassen green ants. Deze mieren maken ballen van blaadjes door deze aan elkaar te doen kleven. De gids (woudmens Brian) tikte tegen een van zulke bollen om de beestjes (letterlijk) uit hun kot te lokken. Aan hun achterlijf hang een groen bolletje dat je er kan afpitsen en dat naar citrus zou smaken. Avontuurlijk als ik ben moest ik dat wel es proberen en proefondervindelijk beamen. Dat zogenaamde kerkhopf waar we heengingen bleek een veld met termite mounds van magnetic termites zover je kon kijken (en nog kilometers verder als we Brian moeten geloven). Deze termietenheuvels zijn platter (hebben geen zuilen zoals de cathedral mounds) en staan op overstromingsgebied, maar zelfs in het wet season heeft het water geen vat op deze (steenharde) huisjes.

Na een busrit en kleine wandeling konden we vamuit de lookout kijken naar de Florence Falls. Maar de wandeling erheen in het groen was al bijna even spectaculair. Gids Brian wees ons onder andere op de bijzondere Karajong tree. Deze boom ziet er op het eerste zicht dood uit maar in feite draagt hij geen blaadjes om al het sap te spenderen in de (kleurrijke) bloemen en de (talrijke ) seedpods. Even verder wees hij ons ook nog op 2 short-eared rock-wallabies tussen de rotsen.

In de idyllische omgevind van de Buley rockhole pools, vervolgens, konden we onze waterflessen vullen met helder bronwater, dat enkele honderden meters verder in het bos uit de grond opborrelt.

Weer een volgende stop bracht ons bij de lookout (op duizelingwekkende hoogte) over de Tolmer Falls. Naast de waterval bevindt zich een grot met orange horse-shoe bats, waarvan 80procent van de populatie enkel in deze grot voorkomt.

Na al deze pracht en praal vanop afstand kwam het tot een summum in de Wangi Falls… Jawel IN! Samen met de lichtjes geflipte italiaanse familie die we intussen leren kennen hadden  zijn we het meer overgezwommen naar de 2 watervallen. Daar zwommen we tegen de stroom in, om uiteindelijk onder de waterval te kunnen staan. Toen we -na wat rotsgeklouter- in de tweede waterval een waterhole vondenm kon het haast niet exotischer. Het was net een natuurlijke spa, halverwege de waterval, maar dan in de vorm van een wig (wel 3 meter diep in het midden). En wie zagen we lustig onder ons voorbij zwemmen? Jawel, onze intussen welbekende vriendin Tina, die op 1-daagse tour was.

’s Avonds werden we afgezet aan Springvale Homestead (daterend uit 1879) terwijl de rest van de bus doorreed naar de bewoonde wereld. Op het landgoed van deze vroegere homestead is nu een motel en caravanpark. Hoewel erg afgelegen is de setting extreem mooi en rustgevend. De supertalrijke wallabies die rond het restaurant hopten kunnen hand-feedien was dan ook een prachtige afsluiter van een prachtige dag!

Darwin

Gisteren zijn we zonder problemen aangekomen in Darwin, waar het klimaat goed meewerkt want het is hier rond de 35 graden.

Na aankomst (rond de middag) was het tijd om de tour te booken en -met behulp van een vriendelijke mevrouw- hebben we onderdak gevonden bij Travel North waar we deze (http://www.travelnorth.com.au/t3-8-16/5-day-natural-wonders-of-the-top-end-plus-aboriginal-culture/index.html) tour mee gaan doen. De grote plus van deze tour is de ‘Aboriginal dag’; we kijken er allebei wel naar uit om ze eens in hun eigen leefomgeving te zien en niet in de marginaliteit aan de rand van de maatschappij.

Vandaag waren we vroeg uit de veren, helemaal klaar om Darwin te gaan verkennen, enkel om erm… voor een gesloten deur te staan bij het eerste gebouw dat we wouden bezoeken. Vol goede moed (al was het al belachelijk warm om negen uur ’s ochtends te zijn) gingen we dan naar de Darwin Oil Pipes, ondergrondse pijpen die tijdens de oorlogsjaren gebruikt werden om de airraids van de Japaners te ontwijken.

Daarna gingen we naar het Indian – Pacific museum waar we nu echt wel de ultieme voorbereiding kregen op het Great Barriere Reef. Na de rondleiding was het tijd voor middageten, meer bepaald een heel smakkelijke Barra (=vis) Burger.

Tegen dan was het te warm ook nog maar iets actief te doen, dus strompelden we terug naar ons zwembad waar voor de rest van de namiddag de enige activiteit ons omdraaien was om een ander stukje te doen bruinen.

En dan hebben jullie nog dit te goed:

Overigens zijn we onze vriendin Tina (van in Alice Springs) weer tegengekomen in Darwin (‘t is te zeggen we verblijven in dezelfde hostel), het was dus een fijn weerzien.

Gisteren, 9 augustus, hebben we heel erg weinig gedaan. De enige actieve uitspatting was Todd Mall (u herinnert zich nog die ene hoofdstraat?) op en neer kuieren om geschenkjes te kopen voor onze teerbeminde ouders en neefjes. Het enige avontuur van de dag speelde zich af op culinair niveau. Na enkele keren het lunch-menu van ‘The red ochre grill’ te hebben bestudeerd, besloten we het er dit keer op te wagen… Annelies ging resoluut voor de kangooroo burger en ik (zij het met slightly minder overtuiging) voor de camel sandwich, omdat we dat toch eens moesten geproefd hebben en dan nog bij voorkeur in The Red Centre. Beiden bleken absolute meevallers! Kangoeroe heeft veel weg van lamsvlees, zij het iets minder scherp en in het geval van kameel is er amper verschil te merken met een gewone steak… Maar het klinkt allemaal zo exotisch, niet ;)

Vandaag dan besloten we the gaps op te vullen, vooraleer we morgen doorvliegen naar Darwin en Alice Springs achter ons laten. Op het lijstje stonden nog het Alice Springs telegraph station en the school of the air.

Het telegraph station is de plaats waar de eerste nederzettingen stonden, waaruit nadien de stad is gegroeid. Het bestond uit een telegraph station (die zag je niet aankomen, right?), postkantoor, hoefsmid, barakken en een justice gebouw. Tussen ongeveer ’35 en ’45 stond hier een gebouw waar kinderen van mixed descent werden ondergebracht. Inderdaad, het gaat hier om een deel van the stolen generation. Kinderen geboren uit een aboriginal moeder en blanke vader werden gewoon bij hun moeder weggehaald (vaak letterlijk uit hun armen gerukt) en van hun aborignalfamilie en cultuur geisoleerd omdat een westerse opvoeding hen veel meer ten goede zou komen. Aan een van de wanden van dit gebouw hingen 4 foto’s van dorpelingen die deel uitmaakten van deze kinderen en net als wij daar waren schuifelde een oude meneer binnen die klaarblijkelijk deze mensen (goed) gekend heeft en afgaand op het uiterlijk zou hij ook wel eens deel kunnen uitgemaakt hebben van deze generatie… Erg confronterend was dat.

Aan de overkant van de straat (volgens onze teerbeminde rough guide) zou zich the school of the air bevinden. Dat draaide ietwat anders uit. Na een wandelingetje (een kilometer) kwamen we eindelijk van de historical site uit op Stuart Highway. Bon, na deze te hebben overgestoken hebben we nog nog zo’n drie kwartier lopen zoeken naar Head St. Maar wat bleek na een blik op het info-bord?  Head street was het verlengde  van Dixon street, een straat die we al enkele keren in en uit waren gewandeld (maar dus niet ver genoeg). Eindelijk aangekomen aan the school of the air was het 4.15pm, school of the air tot 4.30pm geopend zijnde, oops. Gelukkig liet de super-enthousiaste dame ons beide binnen voor de prijs van 1 en na een speed-rondleiding en een filmpje werden we om 4.40 vriendelijk buitengegooid. Na de 4km lange wandeling terug waren we toch blij dat we nu zowat alles bezocht hebben wat er in Alice Springs te zien valt.

Op naar een volgend te ontdekken gebied, Darwin, waar we morgenochtend heen vliegen.

Kata Tjuta en Uluru

Na een overnachting op Mt. Ebenezer was het tijd voor De Dag, eindelijk gingen we naar Uluru – Kata Tjuta National Park.

Om 9.30 am klommen we op de bus, begeleid door 2 gidsen, Brian en Richard, die ons heel de weg interessante weetjes wisten te vertellen over de unieke fauna, flora en geologie van Australie. Na ongeveer een uurtje rijden verscheen er een grote, rode monoliet aan de horizon. Iedereen ging wat rechter zitten, begon zijn fototoestel al boven te halen maarrrr… it wasn’t Uluru quite yet  (wel Mount Conner, ook wel bekend als Fuluru, omdat veel touristen denken dat ze met de real thing te maken hebben).

De echte Uluru was minstens nog een uur rijden en dan nog gingen we eerst naar de Olga’s (of Kata Tjuta, de Aboriginal naam). Vroeger was het  Uluru – Kata Tjuta National Park in westerse handen, in 1985 was er echter een teruggave aan de oorspronkelijke bewoners, de Aboriginals (dat is ook de reden dat de meeste plaatsen in het park twee namen hebben; de Aboriginal naam wordt nu verkozen boven de westerse).

Zoals gezegd gingen we eerst naar Kata Tjuta (om de grote tourbussen te mijden). Kata Tjuta is minder bekend maar daarom zeker niet minder mooi! Het is een grote formatie rotsten en een heel erg heilige plaats voor de Aboriginals. De toegang tot de Olga’s is daarom beperkt, maar toch konden we genieten van een wandeling van een half uur tussen de rotsen. Daarna maakten we een korte stop in het Cultural Centre waar we een vrij artificiele kijk kregen op het leven van de Aboriginals (daarover later meer).

In de namiddag was het dan tijd voor Uluru met natuurlijk de grote vraag: klimmen of niet klimmen. Ook Uluru is van zeer grote spirituele waarde voor de Aboriginals en er wordt vriendelijk gevraagd de rots niet te beklimmen. Iedereen respecteerde de wens van de traditional owners en dus maakten we allemaal een wandeling aan de voet van de rots. De wandeling was prachtig en werd (wederom) zeer goed begeleid door onze gidsen. Ondertussen was de namiddag al ver gevorderd, met nog een lange weg terug, het werd dus stillaan tijd voor een echte Aussie BBQ (met champagne) terwijl we een prachtig zicht hadden op Uluru.

Rond 6.23 pm ging de zon onder, dus stond iedereen paraat met de camera om een van de mooiste zonsondergangen op gevoelige plaat vast te leggen (woorden schieten te kort om de prachtige schakeringen van rood en bruin te beschrijven). Om 6.30 pm wierpen we nog een laatste blik op Uluru, om snel daarna de lange rit terug naar Alice Springs te beginnen. Op de terugweg hebben we nog ongeveer 50 kangoeroes gespot (dood en levend), geraakt hebben we er gelukkig geen enkele.

Het waren kortom twee prachtige dagen, die nog wel een tijdje zullen blijven nazinderen!

Om af te sluiten misschien toch vermelden dat een groot deel van de magie van Uluru schuilt in de hele spirituele en mythologische betekenis die de Aboriginals (of specifieker, de Anangu) er aan verbinden. Een aantal interessante websites staan hieronder, ze zijn het wel waard om eens te bekijken…
http://en.wikipedia.org/wiki/Dreamtime_%28mythology%29
http://en.wikipedia.org/wiki/Aboriginal_mythology
http://en.wikipedia.org/wiki/Indigenous_Australians#Spirituality
http://www.dreamtime.net.au/dreaming/storylist.htm

Kings Canyon

Weer eens vroeg op pad vandaag en tijdens de eindeloze rit (althans zo leek het toch) door het verlaten woestijnlandschap konden we (zij het heel snel en vaak van ver) kort kennis maken met enkele van de woestijnbewoners, zijnde: een kameel, een emu in de verte, een dingo en veel kangoeroe’s (of euro’s of wallabies, they all look alike) en misschien 10 koeien op een cattle station van 10 miljoen are waar we enkele uren doorheen reden. Eens aangekomen kregen we meer dan aanleiding genoeg om onze beentjes te strekken tijdens een 3.5uur durende wandeling/klim rond de Kings Canyon. Een super-ervaring was dat!! Wandelen op dat geerodeerde (geen deelteken in qwerty-land, excuses), rode marslandschap was uniek en idyllische plekjes ontdekken als een waterhole met de naam ‘The garden of eden’ kwam daar dan nog bovenop.

Erg belangrijk voor mij was ook de gids die ons begeleidde, Siobhan (tien punten voor iedereen die dat juist uitspreekt). Een super madammeke (tja, ze was niet groot), geboren in Ierland en opgegroeid in Adelaide, waar ze drama studeerde. Achteraf is ze in Tasmania gaan wonen, waar ze als kunst-manager werkte. Enkele maanden geleden is ze naar Alice Springs verhuisd om er te gidsen bij emu run tours, ze noemt het haar midlife crisis… Maar dit is echt waar ze voor gemaakt is. Ze heeft ons zo veel aangewezen in het landschap en verteld over de vegetatie, een heel jaar aardrijkskunde in 4 uur!!

We hebben ook een  hele dag kunnen socializen met Tina, een 22-jarige Berlijnse. ’s Avonds is ze zelfs in het extra bed op onze kamer komen liggen, zodat ze niet alleen op een kamer moest. Zo hebben we meteen ook een goede daad gesteld, door de slagzin ‘nodig een eenzame uit’ in praktijk te brengen.
Iedereen lag op tijd in bed, vermoeid van de afgelopen dag, maar halsreikend uitkijkend naar de volgende.

Vandaag stonden we om 8.00u klaar voor onze eerst tourdag naar de McDonnell Ranges. We werden opgehaald met een minibusje (in totaal waren we ongeveer met 15 mensen) en na een rit van 20 min. kwamen we aan in Simpsons Gap (jaja, da’s dezelfde van gisteren). Niets nieuws onder de zon daar, dus ging het snel naar Standley Chasm. Het verschil tussen een Gap en een Chasm is dat in een Gap er een permanente bron van water aanwezig is, terwijl in een Chasm dat wanden stijl naar omhoog lopen (mijn aarderijkskunde – leerkracht zou trots zijn).

Na de Chasm gingen we naar de Ochre Pits, waar de Aboriginals vroeger hun kleurstof haalden voor hun verf (ochre = oker). Daarna was het tijd voor de Ormiston Gorge (tip: google al deze plaatsen eens) waar we wederom konden genieten van verbluffende uitzichten na een klim (van 200 trappen) naar een lookout point. Na nog eens een half uur rijden kwamen we aan in Glen Helen waar er 1 van de 9 permanente ‘waterholes’ die de Ranges rijk zijn te bezichtigen viel.

Op de terugweg stopten we nog even aan Ellery Creek Bighole, om daarna moe maar voldaan terug naar Alice Springs terug te keren.  

Morgen gaat het dan richting Kings Canyon en Uluru (klemtoon op de laatste lettergreep) voor een 2daagse tour, dus waarschijnlijk zal er geen blogupdate zijn morgen (maar in ruil dan wel een extra lange overmogen)!

« Nieuwere berichten - Oudere Berichten »